Mythes over sportvoeding ontrafeld, 1e mythe: “Alle sporters hebben sportdranken nodig”

Ilse Velkers/ april 27, 2014/ Blogs/ 0 comments

Wat voor voeding in het algemeen geldt, geldt voor sportvoeding in het bijzonder.
Feiten en fabels zijn soms lastig uit elkaar te houden.
De komende 5 dagen ga ik 5 mythes over sportvoeding ontrafelen. Het zijn “opmerkingen” die ik vaak heb gehoord in mijn sportieve omgeving. De uitleg die ik geef doe ik op basis van onderzoeken die ik heb gelezen maar bovenal uit eigen ervaring als sporter en coach.

1. Alle sporters hebben sportdranken nodig

In de praktijk adviseer ik dat je bij sportieve activiteiten die minder dan een uur duren,
prima water kunt gebruiken. Duren de activiteiten langer dan een uur, dan kun je profijt hebben van sportdranken, de zogenaamde hypotone (<4gr suiker/ 100ml) of isotone (tussen de 4-8gr suiker/ 100ml). Of je nu kort of lang sport: vocht is erg belangrijk. De stelregel is dat als het vochtverlies bij het sporten tot 1,7 procent gewichtsverlies of meer leidt dan moet je meer drinken. Vocht verlies hangt van verschillende factoren af, namelijk de intensiteit van het sporten, de duur ervan, de temperatuur, de luchtvochtigheid, maar natuurlijk ook van jou als persoon. Het is dus vooral een kwestie van zelf ervaren wat jouw hydratie/vocht behoefte is in combinatie met sporten.
Hier kun je heel gemakkelijk achter komen:

  • Weeg je vóór het sporten
  • weeg je ná het sporten
  • stel vast hoe veel je tijdens het sporten gedronken hebt
  • daarna kun je bepalen hoeveel je voortaan moet drinken

About Ilse Velkers

Ondernemend, perfectionist en ambitieus | iemand met een grote passie voor sport en in het bijzonder atletiek | houdt van mensen | heeft lief en doet wat ze wil!